Menu

Cursus

Ja, het had fraaier gekund.

De cursus heeft geen ‘gelikte’ lay-out, om papier- en kopieerkosten tot het uiterste te beperken.
De lessen-indeling heeft uitsluitend te maken met het op zo papierzuinig mogelijke wijze verstrekken van delen van de cursus aan cursisten.

De inhoudsopgave van iedere les vindt u onder de Hulpmiddelen.

Les 1 Les 2 Les 3  Les 4 Les 5 Les 6

De volgorde van introductie van de medeklinkers is zo gekozen om zo min mogelijk ‘paarse tekst’, woord(delen) die de cursist nog niet zijn uitgelegd, op de pagina te hebben. Ongetwijfeld is er een volgorde die aan dat doel nog beter beantwoordt, maar samenstelster heeft die niet gevonden. Medeklinkers die men vaak verwart, worden vrijwel tegelijk behandeld (n/m, b/p, c/k, t/d, c/s/z/..). Elke zin bouwt voort op een vorige, elk woord is te verduidelijken met pantomime, foto of reeds geleerde woorden.

  • een A4-ringkaft (2 ringen), A4-blocnote vierkanteruitjespapier, pen en potlood;
  • een even aantal pagina’s van de cursus i.v.m. dubbelzijdig afdrukken;
  • de bijbehorende foto’s in kleur;
  • de beide schrijfinstructies blokletters: kleine letters en kleine letters + hoofdletters (samen in plastic hoesje);
  • de letterkaart: het overzicht (mede)klinkers-/langeklankenoverzicht (in plastic hoesje);
  • het voorzetseloverzicht en het overzicht meerduidigheid medeklinkers, tezamen in plastic hoesje.

Zorg ervoor dat de naam van de cursist op alle materiaal staat, want analfabeten hebben vaak geen enkele weet van het organiseren van hun paperassen, zodat deze snel kwijtraken.
Leer orde-houden-in-de-kaft dus ook aan.

Ban het gom uit de les. Het vervuilt papier en lokaal. Een fout blijft staan (is nl. info voor de lesgever!) en het woord/de zin wordt nog een keer volledig geschreven. Dit door de zin/het woord hardop te lezen, uit het hoofd hardop te herhalen en vervolgens door zichzelf hardop te dicteren deze uit te schrijven. Zo nodig dit proces herhalen. Beter een vriendelijk veeleisende docent in het begin dan rommelschrift en niets uit het hoofd kunnen doen als resultaat van een te timide begeleider.

Het is belangrijk voor de identificatie van hetgeen op de foto staat dat de foto in kleur is. Ook de paarse letters/woorden zijn een sein dat de cursist dit nog niet leerde . Maak dus van het lesmateriaal geen zwart-wit kopie.

De cursus is een leidraad, geen dictaat. Reacties, verzoeken en verwarring (bijv. ‘letter’ en ‘liter’ worden verward)
van de cursist, of voorkeur van de begeleider bepalen de inhoud van de les. Maar start bij het verklaren van verwarring altijd met het vergelijken van de basispatronen. Laat de cursist die zelf zoveel mogelijk opschrijven
en laat hem, als hij er niet uitkomt, helpen door medecursisten. Het eigen denken laten werken rendeert.

Moffel de ongerijmdheden van onze spelling (bv. het feit dat er een u zit in ‘eeuw’ terwijl we veel zinniger
‘eew’ hadden kunnen schrijven) niet weg, maar zeg duidelijk “Nederlands is een beetje gek/een beetje dom”.
Voor de cursist is het een vrolijke opluchting dat de ‘dommerds’ niet alleen in hun klas zitten.

Heel veel herhaling is vereist, want analfabete cursisten zijn heel moeilijk aan het maken van huiswerk te krijgen. Terwijl de begeleider vreest dat weer herhalen oersaai overkomt, is dat voor de volwassen cursist die voor het eerst naar school gaat helemaal niet het geval. Heel veel geduld, humor, de durf om eisen te stellen (netjes op de regel schrijven, orde in kaft, hoffelijk gedrag, op tijd komen….) en vertrouwen dat men sprongsgewijs vooruitgaat, heb je als begeleider broodnodig.

Voor analfabete 45+ cursisten is het leren lezen en schrijven van Nederlands meestal niet meer te doen. Laat hen dan in de groep alleen mondeling meedoen en/of verwijs hen naar een NT2-organisatie waar men alleen leert praten.

© 2019 - Zo kan het ook ! Motionmill webdesign, seo & internet services